5. Engel van Rome

LEESTIJD: 4 minuten

Waar stiltes beginnen… begint ook het echte verhaal

De regen in Rome viel als een vergeving die niemand had gevraagd. Zware druppels tikten op het marmer van de Engelenbrug, waar Victor stil stond, met zijn handen diep in zijn jaszakken. De beelden om hem heen, engelen met gezichten die eeuwen hadden getrotseerd, keken zwijgend neer op de traag kolkende Tiber. Het water leek onschuldig, maar droeg meer geheimen mee dan iemand kon vermoeden.

Zijn voeten deden pijn van de reis, zijn ogen prikten van de slapeloze nachten, maar zijn doel was helderder dan ooit: Rachel. Of wat er nog van haar was overgebleven.

Victor was in Rome voor ontmoeting met Don Matteo Carbone, jarenlang een belangrijke functie binnen het Vaticaan. Ongeregistreerd. Ongezien.

Een week geleden was hij Don Matteo dood gevonden, onder de brug waar Victor stond. Officieel: hartfalen. Volgens de geruchten: moord. Zijn handen waren op zijn borst gevouwen alsof hij zichzelf had geofferd.

Victor had een afspraak met Don Matteo. Die kans was voorbij. In plaats daarvan sprak hij af met een nichtje van hem: Elena Carbone.

Ze ontmoetten elkaar in een oud klooster in Trastevere, waar Elena werkte aan het digitaliseren van vergeten handschriften. Het gebouw was stil, alsof de muren zelf hun adem inhielden. Elena had vlammend rood haar, een scherp gezicht en ogen waarin verdriet en vastberadenheid elkaar afwisselden.

“Mijn oom wist dingen die hij niet wilde weten”, zei ze zacht. Haar stem galmde zwak tussen de stenen muren. “Hij had toegang tot documenten die nooit hadden mogen bestaan. Eén daarvan…”, ze aarzelde, “… noemde jouw zus bij naam.”

Ze overhandigde Victor een kleine sleutel, koel en zwaar in zijn hand. “Zijn persoonlijke lade”, fluisterde ze. “In de geheime sectie van Biblioteca Angelica. Hij vertrouwde niemand. Alleen doden en vreemden.”

*

Die nacht, onder het mom van een nachtonderzoek, betrad Victor de bibliotheek. Het rook er naar inkt, stof en iets dat hij niet meteen kon plaatsen: oud verraad. De marmeren vloeren kraakten onder zijn schoenen terwijl hij door de gangen liep. De sleutel voelde vochtig in zijn had.

In de aangegeven lade vond hij een oud noititieboekje, de kaf donker, versleten. De teksten waren geschreven in een mengeling van Italiaans en Latijn, alsof Matteo zelfs na de dood nog geheimen fluisterde.

Eén pagina was rood omcirkeld:

“Protocollo VOX ANGELUS – Integraal gedragstoegangsschema 1997-2010. Subonderdeel: R.R. (UK). Status: Intermediate. Vertrouwensklasse: Intern.”

En daaronder, een tweede naam: E. Ström – Observator.

Elias.
Altijd Elias. Overal waar Rachel was geweest, was hij nooit ver.

Victor bladerde door. Eén passage was onderstreept met een scherpe kras, alsof Matteo’s hand beefde toen hij het deed:

“R.R. weigerde medewerking aan onderwerping aan sociale vectoranalyse. Claimde ‘ethische schendingen’ binnen VOX. Verdere status: onduidelijk. Verdwenen uit Vaticanum-circuits na bezoek aan Stockholm.”

Victors hart bonsde. Rachel had geweigerd. Ze had zich verzet. En daarna… was ze verdwenen.

Op het laatste blad zat een klein object geplakt: een handgesneden sleutelhanger. Een miniatuurtegel, maar zonder vleugels.

Hij stopte het boekje in zijn tas en wilde de lade sluiten toen hij het hoorde… een klik.

De lamp boven hem flikkerde, korte schaduwen dansten over de muren. Een deur ging piepend open aan het einde van de gang.

Een silhouet verscheen. Lang. In een strak, donker pak. Het gezicht verborgen in halfduister.

De man zei niets. Hij keek.

Lang genoeg om Victor te laten voelen dat hij gezien was. Toen draaide hij zich om en verdween.

Victor bleef vijf minuten roerloos staan, zijn adem hoog, zijn hartslag luid in zijn oren. Pas toen het gebouw weer stil leek, verliet hij via de zijingang de bibliotheek.

Buiten wachtte Elena. Ze had haar capuchon diep over haar gezicht getrokken. “Je hebt iets gevonden”, ze ze. Het klonk niet als een vraag.

“Rachel zat midden in het protocol, maar trok zich terug. Ze wilde VOX ondermijnen. En Ström…” Hij hield zich even stil. “Hij volgde haar overal.”

Elena knikte langzaam, alsof dit slechts bevestigde wat ze al wist. “En jij?” vroeg ze. “Volg je haar ook? Of ga je haar stil maken… zoals zij dat probeerden?”

Victor antwoordde niet. Hij keek naar het notitieboekje in zijn hand.

Op de laatste bladzijde, in Rachels eigen handschrift, stonden woorden die hij bijna fluisterend hardop las:

“Engelen bestaan. Ze hebben alleen hun vleugels verloren, omdat ze weigerden nog langer naar beneden te kijken.”

*

Die nacht, in een kleine kamer boven een koffiebar in de Via dei Coronari, schreef Victor in zijn notitieboek:

“Rome spreekt niet. Rome fluistert. En ik luister. Rachel vocht niet om onthuld te worden. Ze vocht om gehoord te worden.”

Hij keek naar de sleutelhanger in zijn hand, de engel zonder vleugels. De volgende stad moest nog even op zich laten wachten. Gevoelsmatig moest hij naar Stockholm, maar dat verwachten ze. Aan de andere kant was zijn vorige bestemming een die afweek van de verwachting en had hij ze misschien genoeg kunnen verwarren.

In Stockholm eindigde het VOX-protocol.

Maar, waar stiltes beginnen… begint ook het echte verhaal.

Plaats een reactie